Eigenschap: voortbestaan boom

Bacterievuur (Erwinia amylovora)

Bacterievuur (Erwinia amylovora)

Bladeren verkleuren van bruin naar zwart. Bij uitbreiding van aantasting ontstaan smetplekken in de kroon met zwart pleksgewijze aantastingen.

Eikenspintkever (Scolytus intricatus)

Eikenspintkever (Scolytus intricatus)

De kever is klein, donkerbruin tot zwart en zo’n 2,5 tot 4 mm lang. De larve is wit, pootloos, heeft een bruine kop en ± 3 mm lang. Verwarring is mogelijk met het gangstelsel van de eikenprachtkevers (Agrillus biguttatus), maar deze gangstellen hebben geen horizontaal lopende moedergang. De kevers die gelegd hebben sluiten de O-vormige opening met hun lijf af.

Essentaksterfte (Chalara fraxinea)

Essentaksterfte (Chalara fraxinea)

Vanaf zomerperiode verwelkte bruine bladeren, en afgestorven takken aan buitenzijde kroon. Vroegtijdige herfstverkleuring, elipsvormige bastnecrose rondom afgestorven takken.

Horzelvlinder (Sesia apiformis)

Horzelvlinder (Sesia apiformis)

Horzelvlinder lijkt sprekend op hoornaarwesp. De larve is geelachtig wit en is tot 4 cm lang. De vraatgangen hebben een diameter van 8 mm en bevinden zich tot maximaal 30 cm hoogte in de stamvoet. De gangen zijn gevuld met boormeel.

Iepenspintkever (Scolytus scolytus)

Iepenspintkever (Scolytus scolytus)

De kever is 4 tot 6 mm lang, zwartbruin en hij is voornamelijk te herkennen aan het kenmerkende scheef oplopende achterlijf. De larven zijn wit.

Kleine bonte essenbastkever (Hylesinus fraxini)

Kleine bonte essenbastkever (Hylesinus fraxini)

Kever zijn tot 3 mm lang, zwart met gele vlekken. Kenmerkende rozetvormige vraatpatronen met horizontale moedergangen. De larvegangen zijn volgepropt met boorpoeder. Larve is tot 5 mm lang, pootloos en wit.

Meniezwammetje (Nectria cinnabarina)

Meniezwammetje (Nectria cinnabarina)

Oranje vruchtlichamen vorming op bast van twijgen en stam. Ingezonken weefsel en afgestorven bast rondom snoeiwonden. Jonge twijgen verwelken tijdens zomer.

Perenprachtkever (Agrilus sinuatus)

Perenprachtkever (Agrilus sinuatus)

Kever tot 9 mm lang, langwerpig en naar achteren toegespitst lichaampje, bovenzijde glanzend koperkleurig.
De larve is wit met een beitelvormige kop. In het verleden vaak perenringlarve genoemd.

Reuzenzwam (Meripilus giganteus)

Reuzenzwam (Meripilus giganteus)

Grote waaiervormige platte vruchtlichamen aan de stamvoet van de boom en soms ook op enkele meters afstand. De bovenzijde is geel tot grauwbruin met brede donkerbruine gevlekte ringen en een gele rand tijdens de jeugd.

Verwelkingsziekte (Verticilium dahliae)

Verwelkingsziekte (Verticilium dahliae)

Delen van de kroon verwelken, vooral bij grote vochtbehoefte tijdens warme droge periodes. Afgestorven twijgen aan buitenzijde of stroken in de kroon. Bij jonge bomen vaak complete afsterving.