Eigenschap: risico spectrum niveau 4

Essentaksterfte (Chalara fraxinea)

Essentaksterfte (Chalara fraxinea)

Vanaf zomerperiode verwelkte bruine bladeren, en afgestorven takken aan buitenzijde kroon. Vroegtijdige herfstverkleuring, elipsvormige bastnecrose rondom afgestorven takken.

Horzelvlinder (Sesia apiformis)

Horzelvlinder (Sesia apiformis)

Horzelvlinder lijkt sprekend op hoornaarwesp. De larve is geelachtig wit en is tot 4 cm lang. De vraatgangen hebben een diameter van 8 mm en bevinden zich tot maximaal 30 cm hoogte in de stamvoet. De gangen zijn gevuld met boormeel.

Kleine bonte essenbastkever (Hylesinus fraxini)

Kleine bonte essenbastkever (Hylesinus fraxini)

Kever zijn tot 3 mm lang, zwart met gele vlekken. Kenmerkende rozetvormige vraatpatronen met horizontale moedergangen. De larvegangen zijn volgepropt met boorpoeder. Larve is tot 5 mm lang, pootloos en wit.

Massaria (Splanchnonema platani)

Massaria (Splanchnonema platani)

Vroegtijdige herfstverkleuring en bladval in zomerperiode van individuele onderstandige takken. Bastverkleuring en zwarte sporenvorming op aangetaste takken welke niet vanaf de grond zijn waar te nemen.

Meniezwammetje (Nectria cinnabarina)

Meniezwammetje (Nectria cinnabarina)

Oranje vruchtlichamen vorming op bast van twijgen en stam. Ingezonken weefsel en afgestorven bast rondom snoeiwonden. Jonge twijgen verwelken tijdens zomer.

Perenprachtkever (Agrilus sinuatus)

Perenprachtkever (Agrilus sinuatus)

Kever tot 9 mm lang, langwerpig en naar achteren toegespitst lichaampje, bovenzijde glanzend koperkleurig.
De larve is wit met een beitelvormige kop. In het verleden vaak perenringlarve genoemd.

Reuzenzwam (Meripilus giganteus)

Reuzenzwam (Meripilus giganteus)

Grote waaiervormige platte vruchtlichamen aan de stamvoet van de boom en soms ook op enkele meters afstand. De bovenzijde is geel tot grauwbruin met brede donkerbruine gevlekte ringen en een gele rand tijdens de jeugd.

Verwelkingsziekte (Verticilium dahliae)

Verwelkingsziekte (Verticilium dahliae)

Delen van de kroon verwelken, vooral bij grote vochtbehoefte tijdens warme droge periodes. Afgestorven twijgen aan buitenzijde of stroken in de kroon. Bij jonge bomen vaak complete afsterving.

Watermerkziekte (Brenneria salicis)

Watermerkziekte (Brenneria salicis)

Afsterven van de kroon van buiten naar binnen. Witte afgestorven takken in top. Bruine bladverkleuring en bladverwelking bij zomerse temperaturen.