Soort

Risicospectrum

Orde

Lepidoptera 

Afbeeldingen

 

Gevoelige soorten

Alle loofbomen

Biologie

De vlinder legt haar eieren in juli rondom een dunne tak. De wijze waarop de eitjes rondom de twijg zitten geeft de ringelrups (Malacosoma neustria) haar naam. De eieren overwinteren en komen eind april uit. De rupsen vreten aan de knoppen en uitlopende bladeren van bomen en struiken. Ze maken spinsels rondom takgaffels, waarin ze zich ’s nachts en bij slecht weer in groepen terug kunnen trekken. In juni verpoppen de rupsen tussen bladeren en in schorsspleten van de boom.

Effect

Bij grote aantasting ontstaat kaalvraat, meestal is het beperkt tot gedeeltelijke vraat.

Verspreiding

Algemeen in Nederland.

Herkenning

De vlinder is behaard okergeel tot roodbruin met donkere dwarslijnen in driehoeksvorm over de voorvleugels.

 De ringelrups (Malacosoma neustria) is volgroeid 50 mm groot en de pas uitgekomen rupsen zijn zwart met gele dwarsringen. De rupsen vervellen nabij de spinsels waarbij de zwarte huidjes achterblijven. De volgroeide rupsen zijn bezet met lange dunne haren en prachtig gekleurd met witte, zwarte, roodbruine en blauwgrijze strepen.

Beheer

Geen beheer is noodzakelijk, geen meldingen bekend dat de ringelrups tot problemen leid.

Te verwarren met

Door de bijzondere kleurstelling is de rups niet te verwarren met andere rupsen. De spinsels kunnen voor de ongetrainde waarnemer voor nesten van eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) aangezien worden. De nesten van de Ringelrups (Malacosoma neustria) zijn echter plat en de vervellingen zwart.