Soort

Risicospectrum

Orde

Lepidoptera 

Afbeeldingen

 

 

Gevoelige soorten

Quercus (eik)

Larix (larix)

En vele andere soorten

Biologie

De vlinder van de plakker (Lymantria dispar) legt haar eieren in augustus/ september in plakkaten op de stam of takken. Deze eieren zijn afgezet met lichaamsharen van de vlinder en overwinteren. In het voorjaar komen de rupsen uit. De rupsen vreten als ze nog jong zijn in groepen de bladeren en naalden slordig af, waarbij plantenresten op de grond vallen. Naarmate de rups groter wordt komt deze steeds meer solitair op een boom voor. In juli verpopt de rups zich tot een vlinder. Er komt één generatie per jaar voor. Incidenteel kan de plakker (Lymantria dispar) als plaaginsect voorkomen dit is dan meestal op eikenbomen.

Effect

Regelmatig voorkomend In Brabant waarbij de plakker soms uitgroeit tot een problematische hoeveelheid. In de jaren 90 van de vorige eeuw heeft dit in de omgeving van Waalwijk tot grote overlast geleid. Meeste aantasting is in natuurlijke gebieden te vinden, slechts beperkt onder sterk stedelijke omstandigheden. Sommige mensen ervaren irritaties bij direct contact met de rupsen.

Verspreiding

Algemeen maar beperkt in het noordoostelijk deel van Nederland.

Herkenning

De vrouwtjes vlinder is vuilwit, behaard en tot 60 mm lang. Het mannetje is bruingrijs, behaard en tot 40 mm lang. De grote rups is tot 70 mm lang, behaard en heeft in rijen van twee blauwe en rode uitstulpingen op zijn lichaam.

Beheer

Geen bestrijding nodig tenzij het een plaag wordt en dit ontoelaatbaar is. Er zijn biologische middelen of insectparasitaire nematoden beschikbaar welke een beperkende werking op de rupsen hebben.

Te verwarren met

Door de beharing kan de rups van de plakker verward worden met de eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) en de rups van de bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea). Maar de kleur, de plaats en het aantal uitstulpingen verschillen. Daarnaast vormt de plakker geen nesten in tegenstelling tot de bovengenoemde rupsen.