Soort

Risicospectrum

Orde

Coleoptera 

Afbeeldingen

 

Gevoelige soorten

Crataegus (meidoorn)

Crataegus x lavalleei (meidoorn)

Pyrus (peer)

Sorbus (lijsterbes)

Biologie

De perenprachtkever (Agrilus sinuatus) heeft een tweejarige cyclus. De biologie komt sterk overeen met andere prachtkevers zoals de eikenprachtkever (Agrilus biguttatus). Na de rijpingsvraat aan de bladeren worden door de kever de eieren in juni op de bast in de schorsspleten van meestal jonge bomen of takken gelegd. Om uitdroging te voorkomen worden de eieren aan de schaduwkant van de boom afgezet. De larven boren zich meteen na het uitkomen in het hout en gaan vervolgens in de cambiale zone in zig-zag vorm gangen vreten. Na twee jaar gaat de larve verpoppen en maakt een “poppenwieg” . De schors in de omgeving van de “poppenwieg” wordt groenachtig grijs. Het popstadium duurt 3 tot 5 weken. De kevers blijven na de verpopping meestal nog enige tijd in de tak of stam zitten.

Effect

De perenprachtkever (Agrilus sinuatus) leidt vooral in de peren fruitteelt tot schade. In het openbare groen komt de perenprachtkever vooral op de Crataegus x lavalleei (meidoorn) voor. De vraatgangen van de larven kunnen een tak of de stam ringen, waardoor deze afsterft.

Verspreiding

Algemeen in Nederland.

Herkenning

Kever tot 9 mm lang, langwerpig en naar achteren toegespitst lichaampje, bovenzijde glanzend koperkleurig. De larve is wit met een beitelvormige kop. In het verleden vaak perenringlarve genoemd. Onder afgestorven bast is het zig-zag vraatpatroon zichtbaar.

Beheer

Om verspreiding te voorkomen aangetaste delen afzagen en versnipperen of composteren.

Te verwarren met

Het aantastingsbeeld van bacterievuur (Pseudomonas syringae) maar daar vind men geen vraatgangen. Ook te verwarren met de eikenprachtkever (Agrilus biguttatus) echter deze is zwart met witte stipjes.