Soort

Risicospectrum

Orde

Lepidoptera

Afbeeldingen

 

Biologie

Poppen van de paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella) overwinteren in het afgevallen blad en onder schorsplaten. De eerste motjes verschijnen eind april tot begin mei. De vrouwtjes zetten na bevruchting 20 tot 30 eitjes. (0,25 mm) af op de bovenzijde van het blad. De eitjes komen ongeveer na 10 dagen uit en de larven boren zich direct een weg in het bladweefsel. Na enkele weken zijn de eerste mijnen (3-7 cm) zichtbaar waarin de larve tegen het licht is te onderscheiden samen met zwarte korreltjes van de ontlasting. De larven (3-4 mm) leven 3 tot 5 weken waarna verpopping plaats vind. Het popstadium duurt 10 tot 20 dagen daarna ontstaan bruine gestreepte motjes welke slechts enkele dagen leven. In de zomer duurt de totale cyclus 6 tot 11 weken. In Nederland ontwikkelen zich meestal 3 generaties, in Zuid Europa kunnen tot wel 5 generaties ontstaan.

Effect

Visueel wordt de boom na aantasting steeds minder aantrekkelijk. In het vroege voorjaar manifesteert de eerste generatie zich vooral op stamscheuten en onderkroon. De volgende generaties zetten eitjes over de hele kroon af en wordt deze steeds bruiner. Soms is eind juli al ieder blad aangetast en vertoond de boom een herfstkleur. Bladeren vallen vroegtijdig waardoor in het stedelijk gebied vaak extra beheermaatregelen nodig zijn. Vooral in het stedelijk gebied heeft de aantasting grote effecten op de esthetische waarde.

 Mensen ervaren overlast door motjes welke ’s avonds door lampen aangetrokken worden en in huis kunnen komen. Paarden kunnen erg nerveus worden als de motjes massaal rond de kop van de dieren zwermen.

Verspreiding

In 1984 is in Macedonië de eerste aantasting vastgesteld, sinds 1999 is de aantasting in Nederland waargenomen. In 2003 werd de mot al op Terschelling gesignaleerd en inmiddels is de paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella) algemeen in Nederland aanwezig.

Herkenning

Mineergangen in blad waardoor een geel/bruine verkleuring ontstaat. Niet te verwarren met bladvlekkenziekte welke altijd met een geel/bruine rand wordt omgezoomd. Als een mijn wordt opengemaakt is de larve of pop zichtbaar.

Beheer

Gevallen bladeren ruimen beperkt de mogelijkheid voor de poppen om te overwinteren.