Soort

Risicospectrum

Afbeeldingen

 

Biologie

De bacterie van de paardenkastanjebloedingsziekte (Pseudomonas syringae pv. aesculi) kan via minuscule beschadigingen via alle delen van de boom binnendringen. Er ontstaat een kettingreactie waarbij cellen afsterven en afbraakstoffen vrijkomen die voor verdere celafbraak zorgen. Via blootliggend houtweefsel komen secundaire aantasters als oesterzwam (Pleurotus ostreatus) en honingzwam (Armillaria) binnen welke de afbraak versnellen.

Onderlinge grote verschillen in gevoeligheid waarbij Aesculus pavia en Aesculus flava relatief weinig gevoelig zijn. Binnen zaailingen van de soort Aesculus hippocastanum zijn ook grote verschillen van zeer gevoelig tot ongevoelig waargenomen. Er is tot op heden geen Pseudomonas syringae pv aesculi aangetroffen bij bloedingen in andere soorten bomen dan van het geslacht Aesculus. Uit een onderzoek van PPO blijken bomen in de halfwas fase van 20 tot 50 centimeter in stamdiameter het meest gevoelig.

Effect

De reactie van de boom op de paardenkastanjebloedingsziekte (Pseudomonas syringae pv. aesculi) is zeer wisselend. Er zijn grote volwassen bomen bekend waarop de ziekte al jaren sluimerend aanwezig is zonder verdere gevolgen. Doorgaans zijn in eerste instantie kleine bloedingsplekken op de stam zichtbaar. In de zomerperiode ontwikkelen deze zich afhankelijk van klimatologische omstandigheden verder op de stam en naar boven in de kroon. Naar verloop van tijd sterft de bast in banen af en vallen afgestoten schorsplaten van de stam en uit de kroon. In de herfstperiode zijn vaak vruchtlichamen van zwammen op het kale hout zichtbaar. Spontane takbreuk van grote horizontale gesteltakken kan snel ontstaan en is een reëel risico. Bij zware aantasting sterven bomen compleet af.

Verspreiding

Algemeen in Nederland.

Herkenning

De eerste aantastingen zijn meestal op de stam waar te nemen middels oranje, bruine bloedingsplekken. Vervolgens bastafsterving met bastworp. Transparante (delen) kronen. Afstervende boom.

Beheer

Beperk snoeimaatregelen en voorkom verspreiding met gereedschap door alleen met zaag voor aangetaste en een zaag voor schone bomen te werken. Proeven lopen met warmtebehandeling. Verhoogde inspectiefrequentie bij waargenomen aantasting noodzakelijk. Bij bastworp verhoogd risico op tak- en stambreuk, maatregelen noodzakelijk. Snoeien is dan meestal weinig zinvol meer.

Te verwarren met

Phytophthora ramorum (Phytophthora ramorum) maar hierbij komt de baststerfte met name in de ondergrondse delen voor. Ook te verwarren met slijmvloed (Erwinia nimipressuralis) maar hierbij is geen sprake van baststerfte rondom de vochtplekken.