Soort

Risicospectrum

Orde

Lepidoptera

Afbeeldingen

 

Gevoelige soorten

Biologie

Rups leeft van april tot juni van de bladeren. De rupsen laten zich meestal na kaalvraat via een zijden draadje op de grond dalen, waarna ze zich in een stevige cocon verpoppen. De kleine wintervlinder (Operophtera brumata) vliegt net als de grote wintervlinder (Erannis defoliaria) vooral in het najaar. De soort overwintert als ei op een twijg of in een bastspleet dicht bij een bladknop.

Effect

De rupsen vreten meestal in combinatie met de grote wintervlinder (Erannis defoliaria) en de groene eikenbladroller (Tortrix viridana) de bomen kaal.  Als dit herhaaldelijk gebeurd kan de conditie van de boom verzwakken en zo toegankelijk worden voor secundaire aantasters zoals de eikenprachtkever (Agrilus biguttatus).

Verspreiding

Algemeen bekend in Nederland en in België

Herkenning

De larve is een 20 mm lange groene spanrups met twee witgele lengtestrepen en bleek groenbruine kop.
De kleine wintervlinder (Operophtera brumata) heeft een vleugellengte van 13-16 mm. De mannetjes hebben een doffe licht- tot donkergrijsbruine kleur met op de voorvleugel een vaak donkerdere middenband. Het vrouwtje heeft kleine zwarte vleugelstompjes en kan niet vliegen net als bij de grote wintervlinder.

Beheer

Jaarlijks volgen en bij herhaalde aantasting mogelijk bestrijding inzetten, is praktisch zelden aan de orde.

Te verwarren met

De grote wintervlinder (Erannis defoliaria) en de groene eikenbladroller (Tortrix viridana), maar de kleur en de grootte van de rupsen zijn overduidelijk verschillend.