Soort

Risicospectrum

Orde

Hymenoptera

Afbeeldingen

 

 

Gevoelige soorten

Uitsluitend iep (Ulmus) maar wel alle soorten van dit geslacht. Ulmus minor lijkt een voorkeur te hebben.

Biologie

Na overwintering als larve in een wintercocon of als prepop komt de eerste generatie iepenzigzagbladwespen rond half april/begin mei uit. Soort plant zich ongeslachtelijk voort waarbij mannetjes zelden worden waargenomen. Vrouwtjes kennen 4 tot 5 generaties per jaar en soms wel 6 generaties en zijn tot half september aanwezig. Elke generatie met een duur van 26 tot 30 dagen. Eitjes (30-50/generatie) worden op de zijkant van iepenblad afgezet, meestal 1 ei per blad bij kaalvraat situatie meerdere per blad. Larven komen na 5 á 6 dagen uit en zijn tot in oktober te vinden waarna deze laatste generatie overwintert als prepop stadium in een wintercocon in de bodem.

Effect

Meest incidentele vraat. Bij herhaalde kaalvraat van iepen door meerdere generaties wordt aangenomen dat dit tot vermindering van de conditie van de iep kan leiden.

Verspreiding

Invasieve soort uit Oost-Azie. In 2003 in Europa aangetroffen in Hongarije en Polen en inmiddels in Centraal Europa algemeen aanwezig. Sinds 2013 in Nederland vastgesteld. Gezien invasieve karakter is de exoot op de EPPO 2014 waarschuwingslijst geplaatst. In Nederland door NVWA als risico voor ons land benoemd. In ons land inmiddels vrij algemeen aanwezig maar (nog) niet vastgesteld in Zuidwest Brabant, grotendeels Zeeland, Zuid Limburg en kop van Noord Holland. Sinds 2017 schade van de soort middels kaalvraat van Ulmus 'Columella' vastgesteld in Noordoost Brabant.

Herkenning

Meest kenmerkend is het vraatpatroon in het blad, zeker in de beginstadia van de larven zijn de kenmerkende zigzagpatronen in het blad te vinden welke de naamgeving van het insect verklaard. de groene, tot 1 cm lange, larven bevinden zich in een boogstand in de vraatgangen. Bij langdurige vraat vervalt het zigzagpatroon en ontstaat complete bladvraat waarbij de bladnerven resteren. Na het voltooien van het larvestadium worden kenmerkende cocons gesponnen onder bladeren en tegen twijgen. De volwassen bladwespen zijn bruin/zwart met transparante poten en transparante vleugels. 2 lange antennes op de kop en zijn vaak rondlopend op het blad van een iep te vinden. Larven zijn op alle hoogtes in de kroon te vinden.

Beheer

Er is nog geen bestrijding bekend welke toegestaan is in de openbare ruimte en effectief is. Noodzaak tot beheer is bij incidentele aanwezigheid niet van belang. Kan echter wel een issue worden als kaalvraat met regelmaat ontstaat. Monitoren en vaststellen van aanwezigheid is belangrijkste actie.

Te verwarren met

Gezien kenmerkend vraatpatroon is deze nauwelijks te verwarren met andere algemeen voorkomende insecten.