Soort

Risicospectrum

Orde

Hemiptera 

Afbeeldingen

 

Gevoelige soorten

Acer (esdoorn)

Fraxinus (es)

Malus (appel)

Morus (moerbei)

Pyrus (peer)

Quercus (eik)

Sorbus (lijsterbes)

Tilia (linde)

Biologie

De gewone dopluis (Parthenolecanium corni) overwintert als larve op de houtige delen zoals takken en dunne stammen. In april zijn ze volwassen en gaan dan naar de jonge twijgen toe. In mei/juni worden bij de vrouwtjes onder het lichaam 1000-3000 eitjes afgezet. Na 1 tot 3 weken zuigen de uitgekomen larven aan de bladnerven. Mannetjes zijn gevleugeld en zelden waar te nemen. In het najaar verplaatsen vrouwtjes zich weer naar de houtige delen van de boom.

Effect

Voorkeur voor verzwakte bomen. Soms kan jonge aanplant bij zware aantasting afsterven. Ook de gewone dopluis (Parthenolecanium corni) scheidt net als lindebladluis (Eucallipterus tiliae) en esdoornluizen (Drepanosiphum platanoides) honingdauw af waarop roetdauw ontstaat.

Verspreiding

Algemeen in Nederland.

Herkenning

De gewone dopluis (Parthenolecanium corni) is bruin/wit, glimmend, halfbolvormig en 3-6,5 mm lang. De larve is vrij plat en groen. De dopluizen zitten vaak nabij elkaar.

Beheer

Indien nog mogelijk aangetaste delen uit de boom snoeien. Minder gevoelige soorten aanplanten. Bij zware aantasting en potentieel veiligheidsrisico boom vellen. Een zwaar aangetaste boom kan een reden vormen een verhoogde zorgplicht in te stellen.

Te verwarren met

De hydrangeadopluis (Eupulvinaria hydrangeae), koningsluis (Pulvinaria regalis) en de iepenwolluis (Gossyparia spuria).