Soort

Risicospectrum

Orde

Coleoptera

Afbeeldingen

 

 

Gevoelige soorten

Pinus (den)

Pinus nigra nigra (Oostenrijkse den)

Pinus sylvestris (grove den)

Biologie

De gewone dennenscheerder ( Tomicus piniperda) vermenigvuldigd zich uitsluitend in kwijnende bomen met een sterk verminderde harsdruk of gevelde bomen. In deze broedbomen legt de bruine kever, 3,5-5 mm, in het voorjaar zijn eitjes in moedergangen onder de bast. De larven zijn wit, pootloos met een bruine kop en vreten haaks op de moedergang. Na de verpopping boren de kevers zich vanaf juli naar buiten. De oude en nieuwe generatie kevers gaan voor hun rijpingsvraat of overwintering naar de jonge loten van gezonde bomen en hollen deze uit. Bomen met een leeftijd van 25-40 jaar hebben de voorkeur bij rijpingsvraat.

Effect

De aantastingen resulteren in misvormingen in de kroon en in groeibeperking. Deze effecten zijn bij niet extreme dichtheden van de kever niet schadelijk maar vooral van cosmetische aard en beperkend op de conditie.

Bruine topscheuten vorming zich en breken uit de aangetaste bomen. De bodem ligt veelal bezaaid met de uitgebroken topjes.

Aantasting kan leiden tot meertoppigheid.

Verspreiding

Herkenning

Broedbomen hebben onder de bast een kenmerkend patroon van een moedergang met een uitwaaierend patroon van larvengangen. Door uitholling van de scheuten vormen zich bruine scheuten aan de scheuteinden van de boom. Hierdoor worden de dennen als het ware geschoren. Indien een nieuwgevormde scheut meermaals wordt aangetast en hergroei ontstaat kan een knik in de stam ontstaan wat schadelijk kan zijn indien de boom waarde kent als zaaghout.

Beheer

De gewone dennenscheerder (Tomicus piniperda) staan nog wel in de Verordeningen Bosschap Schadelijke Dieren 1996 hoewel deze veel minder gevaarlijk is dan andere bastkevers zoals de letterzetter ( Ips typographus) welke complete bestanden van Picea abies (fijnspar) kan doen laten afsterven. De verordening wordt echter alleen gehandhaafd bij calamiteiten waarbij grote hoeveelheden bomen in bossen geveld blijven liggen zoals bij storm.

Voorkomen van dood hout en kwijnende bomen in de omgeving zal de aanwezigheid van de gewone dennenscheerder beperken. In de maanden april tot augustus bevinden zich broedplekken in deze bomen.

Te verwarren met

Dennenknoprups (Blastesthia turrionella), zit in tegenstelling tot de gewone dennenscheerder vooral op jonge beplanting.

Dennenlotrups (Rhyacionia buoliana), deze boort zich vooral in knoppen en loten waardoor heksenbezems ontstaan.