Soort

Risicospectrum

Orde

Coleoptera

Afbeeldingen

 

 

Biologie

De levenscyclus van de eikenprachtkever (Agrilus biguttatus) duurt twee jaar. Volwassen kevers vliegen in juni en juli uit en zetten bij voorkeur aan de zuidzijde van verzwakte eiken hun eieren in groepjes af. De larven vreten gangen tussen bast en hout, meestal in de onderste meters van de stam. In het tweede jaar verpoppen de larven en de jonge kevers vreten zich naar buiten. De soort overwintert als larve in een holte in de bast. Bij overbevolking kan de kever ook gezonde bomen aantasten, daar is deze echter minder succesvol om zich te vestigen door druk van de sapstroom. De eikenprachtkever (Agrilus biguttatus) heeft de voorkeur voor iets minder jonge bomen dan de Eikenspintkever (Scolytus intricatus).

Effect

Verzwakte bomen worden vooral aangetast. Net aangeplante bomen vormen een hoog risico. Bij een zware aantasting ontstaan veel gangen waardoor de boom geringd wordt. De boom vertoont eerst enkele jaren een ijle bladstand met dode takken in de kroon. Uiteindelijk gaat de boom dood.

Verspreiding

Algemeen in Nederland en in België.

Herkenning

De kever is langwerpig (8 tot 13 mm lang), hij heeft groenblauwe metaalkleurige dekschilden met twee lichte stippen. De uitvlieggaten in de bast hebben een kenmerkende D-vorm. De larve is tot circa 3 cm lang. Hij is wit, plat en sterk verdeeld. De eieren worden in schorsspleten afgezet in groepjes van 5-6 stuks De eitjes hebben een doorsnede van 1,5 mm en zijn boonvormig.

Beheer

Verzwakking van de boom voorkomen. Net aangeplante bomen goede nazorg geven zodat de verzwakte conditie zo snel mogelijk is hersteld. Aangetaste bomen verwijderen als deze rondom vraatgangen vertonen of de boom zichtbaar in de kroon reageert met een verminderde bladbezetting.

Te verwarren met

 

Eikenspintkever (Scolytus intricatus) is kleiner en de boorgangen van deze hebben een O-vorm.