Soort

Risicospectrum

Orde

Hemiptera

Afbeeldingen

 

Biologie

Meerdere generaties per jaar. De blauw tot zwarte eitjes komen begin april uit nog voordat er blad in de beuk zit. De vrouwelijke exemplaren zijn in eerste instantie kaal en vormen later een wollige wasafscheiding. Als een kolonie te dicht bevolkt is, ontstaat een gevleugelde generatie.

Vooral een temperatuur van 20 tot 30 graden is optimaal voor de ontwikkeling. Regen en wind hebben minder invloed op de plaag zodra de wasdraden zijn gevormd.

Effect

Vermindering van groei is een essentieel probleem als veel aantasting aanwezig is. Bladeren kunnen bij grote aantasting vervormen. Vooral verplante bomen worden vaak aangetast door beukenbladluis. Door mensen ervaren overlast vanwege honingdauw afzetting en roetdauw vorming komt minder vaak voor.

Verspreiding

Algemeen in Nederland.

Herkenning

Luizen zitten aan de onderzijde van de bladeren. De beukenbladluis (Phyllaphis fagi) is eerst geel/groen en vleugelloos. In een jong stadium vormen zich nog geen wasdraden. Later verkleuren de luizen naar blauwwit en vormen een witte wollige wasafscheiding. Ze zijn dan ongeveer 2 tot ruim 3 mm groot. Bladeren kunnen bij veel aantasting gaan krullen.

Beheer

Door de aanwezigheid van de wasdraden is het moeilijk om de beukenbladluis (Phyllaphis fagi) te bestrijden. Er zijn biologische middelen welke ingezet kunnen worden. Deze dienen systemisch te werken zodat de bladluizen dit binnen krijgen. De inzet van dergelijke middelen dient te gebeuren door de plaag te volgen en op het juiste tijdstip, net voor de expansie, in te zetten.

Bomen in een optimale conditie lijken minder vatbaar voor beukenbladluis aantasting. Dit neemt niet weg dat op gezonde bomen bladluizen voor kunnen komen.

Te verwarren met

Diverse andere luizen zoals lindebladluis (Eucallipterus tiliae).