Soort

Risicospectrum

Orde

Hymenoptera

Afbeeldingen

 

Gevoelige soorten

Biologie

Eén cyclus per jaar. Eitjes overwinteren op de jonge wortels in wortelgallen. In het voorjaar komen vrouwelijke wespen uit de eitjes gekropen. Deze ongevleugelde wespen kruipen naar de toppen van de twijgen en leggen daar zonder bevrucht te worden voornamelijk in eindknoppen van de eik hun eitjes. Hierdoor ontstaat een gal, die de eik zelf laat groeien welke de kraamkamer vormt voor de larven die uitkomen. Een gal vormt meerdere kamers. Per gal komen alleen mannetjes of vrouwtjes voor. Nadat de larven verpoppen ontstaan wespen waarna bevruchting plaats vind en de eitjes worden afgezet op de wortels van de bomen.

Effect

Twijgen sterven af en als de aantasting zwaar aanwezig is ontstaat een beperking in de groei. Blootliggende stamdelen worden soms door wilgenhoutrupsen aangetast en er ontstaat breukgevaar.

Verspreiding

De aardappelgal wesp (Biorhiza pallida) is landelijk aanwezig maar lijkt door de hoeveelheid eiken meer actief in het oosten van het land.

Herkenning

De aardappelgal wesp (Biorhiza pallida) is een vliesvleugelig bruin insect van 3,5 tot 6 mm. Vrouwtjes hebben geen vleugels als zij omstreeks maart uit het eitje in de bodem komen. Het meest kenmerkende zijn de galballen welke vanaf mei aan de twijgen van eiken ontwikkelen en geel-, oranje-, rood kleuren. In de loop van de zomer drogen ze in en verkleuren bruin.

Beheer

Niet aan de orde.

Te verwarren met

Er zijn vele soorten galwespen, niet te verwarren met andere aantastingen