Nest 13 september, witte draden duiden op recente activiteit. Bron: Silvia Hellingman.

Nest 13 september, witte draden duiden op recente activiteit. Bron: Silvia Hellingman.

Bericht uitgegeven door het Kenniscentrum Eikenprocessierups op woensdag 5 oktober 2016

Verspreid over Nederland zijn bijna 60 duizend eikenprocessievlinders gevangen. Een gemiddelde van 34,8 vlinders per val. Vorig jaar lag het gemiddelde op 11,8 vlinders per val en in 2014, het recordjaar tot nu toe op 12,1 per val. De toename komt mogelijk doordat veel vlinders vorig jaar een jaar extra in rust zijn gebleven. Voorjaar 2017 verwachten we extra overlast.

Het aantal vlinders dat tijdens de vliegperiode van de eikenprocessievlinders in een val wordt aangetroffen geeft een goed beeld van de hoeveelheid eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) dat in het volgende voorjaar in de buurt van zo’n val te verwachten is. Inmiddels hangen door het hele land vallen maar veruit de meeste vallen hangen in de noordoostelijke provincies.

Spectaculaire stijging

De vangsten zijn dit jaar spectaculair. In Drenthe, Friesland en Groningen is het gemiddelde aantal vlinders per val gestegen van 11,6 naar 34,0 (zie onderstaande figuur). De grootste toename vond plaats in Drenthe. Daar steeg het aantal vlinders per val in een jaar tijd van 12 naar 40 vlinders. Binnen de provincie zijn er wel grote verschillen. In Zuid-West-Midden Drenthe ligt het gemiddelde op 82 vlinders per val. In de vallen aan de noordkant van Drenthe zaten gemiddeld maar 10 vlinders per val. Friesland liet ook een sterke stijging zien van 15 naar 36 vlinders per val. De hoogste gemiddelden in Friesland zitten aan de zuidkant van de provincie. De aantallen dit jaar laten duidelijk zien dat de noordwaartse uitbreiding die sinds de vestiging van de eikenprocessierups 25 jaar geleden in Nederland nog steeds sterk doorgaat en zich zelfs lijkt te versnellen.

Groningen minder vlinders door hoornaars

Groningen is de enige provincie waar een gemiddelde afname is waargenomen. Het gemiddeld aantal vlinders in de vallen zakte van 4,2 naar 3,6 vlinders per val al waren er wel vallen waar het aantal flink steeg. Op die plaatsen waar er een afname werd geconstateerd werden opvallend vaak grote aantallen hoornaars aangetroffen in de vallen. Hoornaars eten de vlinders in hun geheel op waardoor niet alle gevangen vlinders geteld konden worden. Het lijkt er echter op dat de hoornaars in die gebieden waar ze veel voor kwamen de opmars van de eikenprocessievlinder heeft tegengehouden.

Gemiddeld 109 vlinders per val

Utrecht is de enige provincie waar geen vallen hingen. In een gemeente in de provincie Overijssel werd het hoogste valgemiddelde van 109 vlinders per val aangetroffen, maar in een val in Drenthe werden zelfs 426 vlinders aangetroffen. In Flevoland steeg middelde aantal vlinders van 32 naar 66 per val. In Gelderland steeg het gemiddelde van 16 naar 38. Noord-Limburg steeg van 11 naar 32 per val. In Zeeland wordt alleen op een locatie gemonitord. Het gemiddelde steeg heel licht van 1,2 naar 1,3 vlinders per val en is daarmee het laagste van het land. Ook in Zuid-Holland (eilanden) is er maar 1 locatie waar gevangen werd. Daar nam het gemiddelde sterk toe van 6 naar 13 vlinders per val. In Noord-Holland steeg het gemiddelde van 2 naar 6 vlinders per val.  In Noord-Brabant werd  een gemiddelde van 55 vlinders per val aangetroffen.

Verlengde diapauze oorzaak van toename

Waarom vlogen er dit jaar zo veel vlinders rond? Het lijkt er heel sterk op dat een deel van de rupsen vorig jaar in een verlengde diapauze is gegaan en een jaar heeft gewacht met uitvliegen. Van de dennenprocessierups is bekend dat de rupsen minstens 3 jaar in verlengde diapauze in de grond kunnen verblijven en de vlinders pas uitkomen als de situatie gunstig is voor de ontwikkeling van hun nageslacht. Vorig jaar deed zich tijdens de nestvorming van de rupsen een hittegolf voor. Toen constateerde we al dat veel rupsen het nest verlieten en de koelte van de grond opzochten. Blijkbaar was het te warm voor ze. In het afgelopen jaar zijn tientallen bomen gevolgd die volop in de zon stonden en geen beschutting boden aan de rupsen en waarin verlaten nesten werden aangetroffen. In geen enkele boom werden eipakketjes gevonden.  Alleen in bomen die veel beschutting en schaduw boden werden eipakketjes gevonden. Dit jaar zijn in de gemonitorde bomen zonder eipakketjes ook geen nesten ontstaan.

Latere nestvorming

Een opvallende waarneming dit jaar is dat er op diverse locaties gedurende september late actieve nesten zijn gevonden. Het zijn waarschijnlijk nesten van rupsen die pas laat uit het ei gekomen zijn. Tegelijkertijd werden op meerdere plaatsen verlaten nesten aangetroffen. Aan de buitenkant van de nesten waren nog witte spinseldraden.  Als een nest actief is dan wordt door de rupsen dagelijks nieuwe spinsel geproduceerd ter versteviging en isolatie van de nesten. Wanneer de nesten niet meer actief zijn dan worden de spinseldraden bruin en de nest verkleurt naar roest tot donkerbruin. Wat met deze rupsen is gebeurd is niet bekend. Wellicht zijn ze net als vorig jaar de grond in gegaan en vliegen de vlinders pas volgend jaar uit. De nesten met nog intacte poppen worden nu gevolgd om te kijken of de vlinders dit jaar nog uitvliegen.

Grote overlast volgend jaar

Het is aannemelijk dat de sterke toename van het aantal vlinders zich volgend jaar vertaalt in een sterke toename van het aantal eikenprocessierupsen en er daarmee toename van overlast voor mens en dier te verwachten is. Een bijkomend effect is dat er de laatste jaren relatief weinig rupsen van de kleine wintervlinder en voorjaarsuilen waren. Kaal vraat van eiken deed zich niet op grote schaal voor. Als gevolg hiervan hebben vogels relatief veel jonge eikenprocessierupsen uit de bomen gehaald en gevoerd aan hun jongen. Indien de populatie aan kleine wintervlinders en voorjaarsuilen gaat toenemen, dan zullen de vogels zich eerder op de kalere rupsen storten dan op de harige eikenprocessierupsen. Ondanks de predatie door vogels en andere natuurlijke vijanden zoals de eikenwants, gaasvlieglarven en parasitering door sluipwespen en sluipvliegen blijven er nog veel rupsen over die voor overlast kunnen zorgen.

Tekst: Kenniscentrum Eikenprocessierups: Silvia Hellingman, Biocontrole Onderzoek en Advies; Arnold van Vliet, De Natuurkalender, Wageningen University; Henry Kuppen, Terra Nostra; Jan Buijs, GGD Amsterdam; Henk Jans, arts Maatschappij en Gezondheid, Medische Milieukunde.