INSPIRATIE

Hier delen we voorbeelden van variatie in toegepaste bomen ter inspiratie van ontwerpers.

INSPIREER MIJ!

De uitdaging

Als monocultuur aangeplante bomen blijken steeds vaker kwetsbaar voor ziekten en plagen. De ziekten en plagen hebben vrij spel en tasten hele boomstructuren aan die soms als geheel wegvalt. Door de klimaatverandering veranderen ook de jaargetijden en regio’s waar ziekten en plagen gedijen. Telkens blijken boomsoorten die veilig toegepast leken te kunnen worden toch vatbaar voor ziekten en verschijnen er nieuwe ziekten die de bomen bedreigen. Ontwerpers hebben steeds meer de behoefte met deze onzekerheid rekening te houden bij de soortkeuze van bomen in hun plannen.

De oplossing

Ter inspiratie voor ontwerpers zien wij twee manieren om boomstructuren robuust aan te planten. De eerste is door variatie in boomsoort aan te brengen, waardoor binnen de boomstructuur de ziektegevoeligheid verschilt. Hierdoor wordt de kans op overdracht van ziekten vermindert en valt hooguit een deel van de boomstructuur weg. De tweede manier is door de boomstructuur in een los beeld toe te passen, door bijvoorbeeld variatie in plantafstand of leeftijd. Hierdoor valt het minder op als bomen in de structuur wegvallen.

Mobiele kennisbank

Vergroten van variatie

Consequenties voor beheer

Variatie in boomafstand

Variëren in de onderlinge afstand waarin laanbomen worden aangeplant verkleint de kans op overdracht voor een deel van de ziekten en plagen. In combinatie met het toepassen van verschillende soorten wordt hierdoor de laan weerbaarder. Daarnaast wordt het beeld van een losse laanstructuur minder aangetast als er bomen wegvallen.

Optimalisatie plantverband soorten

Als er in een ontwerp verschillende boomsoorten worden toegepast, zou je kunnen kiezen voor het kruislings planten van deze soorten. Hierdoor wordt de onderlinge afstand tussen bomen van de zelfde soort maximaal, hetgeen overdracht van ziekten beperkt en bij uitval het beeld minimaal aantast.

Variatie in geslacht en leeftijd binnen familie

In deze groenstrook is gekozen voor de aanplant van diverse soorten binnen de familie van verschillende leeftijden. Bij het wegvallen door ziekte, plaag of stormschade blijft het oor- spronkelijke beeld onaangetast. Het vervangen van de weggevallen bomen is men vrij in soortkeuze binnen de familie en in plantmaat.

Variatie in soort en beeld

De Langerakbaan in Leidsche Rijn is voorzien van een laanbeplanting die bestaat uit verschillende boomfamilies en geslachten. De gesloten rij boomkronen begeleidt de weg ruimtelijk. De grote diversiteit in kroonvorm, transparantie, bladvorm en herfstkleur geeft een zeer afwisselend beeld. een gelijke plantafstand brengt structuur in het beeld.
De Postweg in Vught, de ontsluitingsweg van het Stadhouderspark, is aangeplant met diverse boomfamilies en geslachten. De weg loopt door een voormalig kazerneterrein dat rijk is aan bomen. In de bermen tussen de gescheiden rijbanen zijn inheemse soorten aangeplant die in het omliggende bos voorkomen, zoals zomereik, ruwe berk, grove den, beuk en larix. Ondanks de bescheiden aanplant maat krijg je nu al het gevoel dat je door een bos rijdt.

Variatie in soorten binnen geslacht

Hier op Haveneiland, IJburg, is een grote variatie in soort en habitus binnen het geslacht Ulmus (iep) toegepast toegepast. Ondanks de grote afwisseling in kroonvorm, geeft de eenheid in geslacht eenheid in het beeld. Textuur, transparantie en bladvorm zijn vergelijkbaar. Toegepaste soorten zijn: Ulmus ‘Sapporo Autumn Gold’, Ulmus ‘Cathedral’, Ulmus ‘Laevis’, Ulmus ‘New Horizon’, Ulmus Columella.

Variatie geslacht binnen herfstkleur en habitus

Met de combinatie van verschillende geslachten die de zelfde (bont-rode) herfstverkleuring hebben en een enigszins gelijkende habitus, kan in zomer en herfstbeeld eenheid gevormd worden met genetische diversiteit in de aanplant. De getoonde soorten hier naast zijn Acer fremanni ‘Celzam’, Fraxinus angustifolia ‘Raywood’ en Liquidambar styraciflua.

 

Habitat voor natuurlijke vijanden van ongewenste insecten

Insecten kunnen een plaag veroorzaken omdat hun natuurlijke vijanden afwezig zijn. Begroeiing onder bomen kan het leefgebied zijn voor vogels, sluipwespen en vliegen die rupsen en vlinders eten of parasiteren. Sluipwespen en sluipvliegen parasiteren op rupsen zoals de eikenprocessie- en bastaardsatijnrups. De wespen en vliegen verminderen daarmee het risico van een plaag. Vlinder- en schermbloemige trekken sluipwespen aan. Dille is bijvoorbeeld bij uitstek een plant in het habitat van sluipwespen. Sluip- en gaasvliegen voeden zich met nectar en zijn aan te trekken door het zaaien van eenjarige bloemenmengsels.

Ook vogels en vleermuizen kunnen bijdragen aan het verlagen van het risico voor een insectenplaag.  In het ontwerp voor een vogelvriendelijk leefgebied kan men bijvoorbeeld denken aan een onderbegroeiing met gemengde heesters waarin vogels zoals de roodborst en heggenmus kunnen foerageren, schuilen en nestelen.

Heb jij inspiratie voor ontwerpers?

Laat het ons weten of plan een afspraak met ons in.

NEEM CONTACT OP