EIkenprocessierupsen L4 brandharem

Eikenprocessierupsen in vierde larvale stadium

Eikenprocessierupsen produceren vanaf het vierde larvale stadium een dusdanige hoeveelheid brandharen dat bij contact het risico op overlast ontstaat. Het vierde larvale stadium van de eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea)  is inmiddels bereikt in de zuidelijke delen en midden van ons land. Het zijn vooral de bomen die het eerst in het blad stonden waarop nu de rupsen met brandharen voorkomen. De ontwikkeling van  de rupsen in het noorden van het land ligt hier nog enkele dagen op achter.

Omdat de brandharen nu ontwikkelen, is het noodzakelijk om de preventieve bestrijding met spuitmiddelen te beëindigen. Beheerders die vorige week nog berichtten dat het spuiten in juni afgerond gaat worden dienen de capaciteit hierop aan te passen om eerder te stoppen. Gebeurt dit niet dan lopen ze het risico dat, door de veroorzaakte luchtstroom bij het spuiten, brandharen verspreid worden en gaat men aan het doel: ‘beperken van overlast voor gebruikers’, voorbij.

Het vierde larvale stadium gaat ook gepaard met de kenmerkende nestvorming. Dit is het eerst waarneembare signaal voor burgers dat eikenprocessierupsen in de bomen aanwezig zijn. Het is daarom aan te bevelen nu te starten met de communicatie naar de burgers met de waarschuwing om geen nesten aan te raken en als een nest wordt gezien contact op te nemen met de gemeente voor verder advies.

Afgelopen week kwamen enkele berichten in de media die een nuancering behoeven. Het beheer van de eikenprocessierups is een aaneenschakeling van diverse maatregelen (IPM- geïntegreerd beheer) gebaseerd op risico en plaagdruk. Sommige beheerders kiezen op basis van budget en gewoonte voor het compleet spuiten van hun eikenbestand, anderen doen daarentegen zeer weinig. In het eerste geval wordt het milieu onnodig belast en in het tweede geval ontstaan onnodige risico’s voor gebruikers van de openbare ruimte. Er zijn echter ook veel boombeherende organisaties die veel energie steken in het beheer van de eikenprocessierups. Zij verzamelen essentiële gegevens, door aangetaste bomen te registreren en feromoonval data te verzamelen, om daarmee onderbouwde keuzes maken. Er is in de media gesuggereerd dat door te weinig geld en te weinig beheer de plaag blijft bestaan. Ook met voldoende geld en zorgvuldig beheer blijft de plaag bestaan omdat het klimaat geschikt is en de voedselbron veelvuldig aanwezig is. Door de eikenprocessierups goed te beheren verminder je echter de kans op overlast. De basis van het probleem is de aanwezigheid van eikenprocessierupsen in onze eikenpopulatie, en hier kan alleen iets aan gedaan worden door de monocultuur aan eiken te verminderen en stimuleren van predatoren en parasieten. Dit is een langzaam proces van omvorming naar soorten- en biodiversiteit en de enige optie die structureel oplossingen biedt.