Larven komen uit eipakket, sommige zijn er nog maar net half uit

Op 31 maart zijn de eerste rupsen van de eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) uit de eitjes gekropen in het insectenproefstation in Mill (Noord Brabant). Ook is die dag de uitkomst in Londen gemeld en op 1 april in Dieverbrug (Drenthe). Op basis van het temperatuursommodel was de datum van uitkomst op 3 april voorzien. De uitkomst is erg vroeg. Het is de tweede keer dat de eitjes al in maart uitkomen, de vorige keer was dit 30 maart 2014. Temperaturen in het voorjaar zullen het succes van de overlast veroorzakende insecten gaan bepalen. Een koud en nat voorjaar is ongunstig voor de rupsen en een warme periode zoals we in de afgelopen dagen in Nederland hebben gehad zal gunstig zijn voor de ontwikkeling. Dergelijke hoge temperaturen stimuleren een vlotte bladontplooiing van eiken die de voedselbron vormt voor de rupsen. Gedurende de eerste 6 weken zijn de rupsen het meest kwetsbaar en kan het beste de preventieve bestrijding middels spuiten van biologische bestrijdingsmiddelen of insectparasitaire parasieten worden ingezet op die plaatsen waar een hoge plaagdruk wordt verwacht. Temperatuurinvloeden maar ook predatoren als koolmees en andere vogels met een grote voedselbehoefte vormen een bedreiging voor de rupsen. Na de derde vervelling ontstaan brandharen en zijn de rupsen veel minder kwetsbaar. Enerzijds doordat ze al flink ontwikkeld zijn en anderzijds omdat het beschermingsmechanisme middels de irriterende brandharen dan aanwezig is. Op basis van het temperatuursommodel is de verwachting dat dit omstreeks 13 mei zal zijn. Deze datum is minder exact  te bepalen en kan naarmate het voorjaar vordert verschuiven. Na deze periode ontstaat voor mensen de overlast en is spuiten niet meer effectief. In 2014 was de derde vervelling op 16 mei bereikt en we kunnen aannemen dat ook 2017 een snelle ontwikkeling zal laten zien. Hierdoor is een relatief korte periode geschikt voor preventieve bestrijding.

 

Voor het monitoren van de eikenprocessierups worden in het najaar steeds vaker feromoonvallen ingezet. In het najaar van 2016 is op sommige plaatsen tot wel 3 keer zoveel gevangen als in het jaar daarvoor. Dit betekent een gunstige startpositie voor de eikenprocessierups omdat het in de lijn van de verwachting ligt dat evenredig veel eipakketjes zullen zijn afgezet. Of het komende seizoen ook werkelijk tot overlast zal gaan leiden, zal veelal bepaald worden door de mate van verblijf van mensen in de omgeving van aangetaste eiken. In 2016 is de overlast beperkt gebleven omdat het pas in de 3e week van juli mooi weer werd toen de eikenprocessierupsnesten kleiner van formaat waren en hoog in de bomen waren ontwikkeld.