Bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea)

Bastaardsatijnrups op uitlopende knop

De bastaardsatijnrups is het eerste insect wat in het voorjaar weer zichtbaar actief wordt. Na de hele winter als larve in de nesten te hebben gezeten zijn de rupsen nu actief geworden.  De rupsen zijn al in augustus uit de eitjes gekomen welke door de Bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea) in pakketjes waren afgezet.  Het belangrijkste verspreidingsgebied is de kust waar ze bij voorkeur op Hippophae rhamnoides (duindoorn) voorkomen. Daarnaast komen ze vooral op ‘droge’ zandige gronden voor.  De rupsen zijn niet erg kieskeurig en vreten gerust van allerlei andere soorten planten en bomen variërend van laurier tot eik.

 

De rupsen veroorzaken vanaf het 4de larvale stadium overlast bij mensen door de vorming van brandharen zoals ook bekend is van de  eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea). Brandharen ontstaan meestal binnen 3  weken nadat de rupsen uit de nesten zijn gekomen. Doordat de typische winternesten nu niet meer gebruikt worden heeft het ter bestrijding  van larven nauwelijks zin om deze nu nog uit de planten te knippen. Indien de hoeveelheid bastaardsatijnrupsen tot overlast kan leiden dan is het in de komende periode nog mogelijk om bestrijding uit te voeren met een bacteriepreparaat of insectparasitaire nematoden.